Hoe het allemaal begon.

Volgens de oudste leden van onze club werd op een verjaardagfeestje van de moeder en broer van Jos Grefkens 26 februari 1974 het idee geboren. Op visite waren onder anderen de zwagers van Jos: Cees van de Besselaar en Paul Meerbach. Met messen en vorken op potten en pannen werd “muziek” gemaakt. Blijkbaar klonk het zo gezellig dat die avond besloten werd een clubke op te richten. Vermeld moet worden dat over bovengenoemde datum in de loop der jaren meerdere malen discussie heeft plaatsgevonden binnen de club. Het 5-jarig en 10-jarig bestaan werd respectievelijk 4 en 9 jaar na genoemde datum gevierd! Wellicht was het verlangen om feest te vieren zo groot dat er een beetje met de datum werd gesjoemeld? Hoe dan ook, uit de oude agenda’s van Wim van Woensel is op te maken dat het enige echte jaar van oprichting 1974 is.

Enkele dagen na die verjaardag ging Jos naar Hennie Burg en vroeg hem mee te doen. Hennie speelde toen al aardig klarinet en dat was dus erg belangrijk tussen al die mensen die geen instrument beheersten. Kees van de Besselaar vroeg zijn vriend Wim van Woensel die een grote trom en deksels meebracht. De eerste repetitie vond plaats in die samenstelling en werd gehouden op de zolder boven de zaak van Jos Grefkens ( Home Centre) aan de Schapenmarkt.

Blijkbaar liet het eerste resultaat nog te wensen over; er werd versterking gezocht. Zo werden Frans van Esch (nog een zwager van Jos, Piet den Brouwer ( overbuurman in de Nieuwstraat ) erbij gehaald, korte tijd later gevolgd door Jan Tol, Jan van Dijk en Arno van Asperen.

Na de repetitie werd er regelmatig een glaasje bier gedronken bij “het Stiefeltje” in de Kerkstraat. Aan de naam van dit café werd de naam van de club -“de Stiefels”- ontleend.

Ton van Stiphout, Jan Arens, Rob Glaudemans en Henk van der Sluys werden korte tijd later ook lid van club.Een van de eerste repetities werd door Wim gefilmd. We waren compleet. Ook Rien ( toen nog tuba zonder mondstuk, later zang ) was er bij. Jos en Piet volgden inmiddels muziekles bij Sjaak van Beek, dirigent van “de Glorieux”. Ook Hennie en Henk bekwaamden zich verder op hun instrument door klarinetlessen te nemen en er volgde een kennismakingsfeest in het magazijn van Grefkens aan de Rietveldenweg. In die periode werden er voor diverse leden instrumenten aangeschaft. Jos en Piet schoten het geld voor ( in die tijd kostte een trompet of schuiftrombone, het mondstuk inbegrepen f. 225,- ).

De club groeide verder uit. Ook Rien Voets, Karel van den Heuvel en Willem van Dartel sloten aan en al snel hadden we een “repertoire” van drie nummers, Chio- chio ( Kaatje ging eens water halen ), Roekie Zoekie ( door ons ook wel “Stiefel-Stiefel met zang” genoemd ) en het bekende “Rooie Tinus”. Dit was genoeg voor ons eerste optreden bij de familie Ras in het buurthuis “de Oase”op West.

Hoe het verder ging.

Muzikale ontwikkeling Jeugdig enthousiasme zorgde ervoor dat ons repertoire zich voorspoedig uitbreidde. In die tijd waren we best trots op onze snel toenemende muzikale prestaties en lieten dat graag horen. Veel optredens volgden waarin we er altijd naar streefden om zogenaamd “de blits te maken”.

Tot op de dag van vandaag is waardering van onze fans en overige toehoorders voor ons erg belangrijk gebleven. Van lieverlee ontstond de tendens om andere muziek te maken dan andere clubs, hetgeen uiteindelijk leidde tot het latere, voor de Stiefels kenmerkende, ritmisch repertoire.

 

Bij gelegenheid van het 25-jarig bestaan werd de CD uitgebracht “De Stiefels blaozen zilver” waarop te horen is hoe de muziek van de Stiefels zich ontwikkelde in de loop van de jaren.

Het tijdperk van de bus

Voor de deelname aan de carnavalsoptocht werd een oude bus aangeschaft. In de garage van Nieuwkoop werd het interieur gedeeltelijk gesloopt en achterin werd een tap gemaakt. De bus werd geschilderd in ons “geelzwart” en op het dak werd een podium aangebracht dat met behulp van een keukentrapje toegankelijk was via het vluchtluik. Muziek makend op dit podium, vrouwen en kinderen in de bus, reden we onze eerste optocht mee.

Omdat we voor die tijd best veel kosten maakten werd er gezocht naar sponsoren. Grote reclameborden met onder andere “Grefkens Home Centre”, “PB-superdiscount” en “Sesam Encyclopedieën” zorgden voor de nodige inkomsten. Ook werd er in gesponsorde optochten in Oss en Zaltbommel meegereden. Zo maar voor ons plezier, werden er ook uitstapjes gemaakt. Henk van der Sluys moest altijd ’n paar uur eerder komen met een paar accu’s. Tegen de tijd dat de rest dan arriveerde, was de motor gestart hetgeen gepaard ging met grote rookwolken.

Het was een mooie tijd en we bewaren goede herinneringen aan de periode met die bus. Toen de bus niet meer voldeed aan de belangrijkste veiligheidseisen werd van busmaatschappij “Onze tram” uit Rossum een nieuwe bus gekocht (f. 2100,-) Ondanks het feit dat deze bus rechtstreeks van de lijndienst kwam en dus voldeed alle eisen, hebben we hiermee nooit de eerste bus kunnen evenaren. Na een paar jaar ( voornamelijk gebruikt voor onze uitstapjes ) stonden beide bussen werkloos gestald bij Wim en Tonneke in Geffen. Van daar vonden ze uiteindelijk hun weg naar de sloop.

Het Kwekfestijn

De eerste deelname aan het kwekfestijn in 1975 zullen we ook niet snel vergeten. We moesten natuurlijk een goed liedje hebben. Rien kende Jefke van Drunen, een autoriteit waar het carnavalsliedjes betrof ( hij had al een keer het kwekfestijn gewonnen ) en Jefke werd gevraagd voor ons een liedje te schrijven. Het nummer heette: “Lieve Troel”.

Inmiddels oefenden we bij "Boerke van Osch" aan de Graafseweg in de stallen, een aanbouwtje met een golfplatendak dat tevens dienst deed als opslagplaats en washok. Hoewel het er erg koud kon zijn en we af en toe onder de volle waslijnen zaten te spelen bewaren we daar goede herinneringen aan.

De muziek van Lieve Troel was geschreven in G, wat zelfs voor de notenlezers onder ons niet gemakkelijk bleek. Het werd ingestudeerd onder deskundige leiding van eerdergenoemde Sjaak van Beek.

Rien en Hannie zongen het en we eindigden op een gedeelde derde plaats( met de Jokers ). Zo trots als een aap en waarschijnlijk op zoek naar eeuwige roem, werd besloten om het liedje op de plaat te zetten. Dit gebeurde in de studio bij Johnny Hoes. Ondanks de tegenvallende verkoopcijfers was dit een ervaring op zich. Daarna werd de deelname aan het kwekfestijn een jaarlijks terugkerend festijn. Rien bleef onze vaste zanger. Van het aanzienlijk aantal finaleplaatsen dat later nog werd behaald, waren “Tinus” ( Van den Akker ), “Water bij de wijn” en “Sterren van de Hemel” ( beiden Ad Simons ) de bekendste nummers.

“Tinus” was aanleiding voor drie radio-optredens en het verscheen op de LP “Alle dertien goed”. Dit laatste zorgde voor een leuke verrassing toen na enkele maanden een bedrag van bijna f. 2000,- aan royalty’s op onze rekening werd bijgeschreven.

Linz am Rhein.

De Stiefels vinden altijd al een ding erg belangrijk: zelf veel genieten en plezier maken. Onder dat mom werd eens besloten een uitstapje te maken naar de wijnfeesten in Linz am Rhein.

Doordat alle hotels al volgeboekt waren kwamen we terecht in Rhemagen naast Linz, maar wel aan de overkant van de Rijn gelegen. Op goed geluk namen we het veerpont naar Linz.

Aangekondigd door onze over de Rijn galmende muziek, werden we opgevangen door Dieter Hau (director Verkehrsambt, zeg maar directeur van het VVV van Linz ) die ons samen met de wijnkoningin op sleeptouw nam door Linz.

We werden enthousiast ontvangen en overvloedig voorzien van wijn en bier. Ook de volgende dag moesten we weer aantreden.

Dit spontane bezoekje aan Linz bleek het eerste van een reeks van ongeveer veertig
bezoeken aan de stad. Niet alleen de wijnfeesten maar ook de “Stadtsgeburtstag” - de verjaardag van de stad-, “die Bunte Woche” en “Rhein im flammen” werden voor ons jaarlijks terugkerende feesten.
Meestal bestond een bezoek uit twee dagen, zodat we moesten blijven overnachten.

Soms waren we te gast bij particuliere inwoners van de stad, meerdere malen sliepen we in de Bundesbahnschule, een opleidingsinstituut voor de Duitse spoorwegen dat gevestigd was in een voormalig klooster en andere keren werden we onder gebracht in een hotel of jeugdherberg. Je zult begrijpen dat er meestal weinig geslapen werd zodat het feest gewoon door ging tot de volgende dag. Onder het motto van ’s-avonds grote jongen …..enz. waren we de volgende dag wel tijdig present voor de tweede dag van het feestprogramma.

Onze -zeker ten opzichte van de Duitse muziek- ongedwongen, ritmische klanken werden gewaardeerd en langzamerhand raakten we in de wijdere omgeving van Linz bekend. Dit leidde tot andere optredens in Duitsland in onder anderen Hilchenbach, Keulen en Koblenz-Lay. Prachtige herinneringen bewaren we ook aan die tijd. De periode Linz werd afgesloten in 2001, het jaar dat Dieter Hau met vervroegd pensioen ging en wij besloten dat het welletjes was geweest.

Wel en wee

In de achter ons liggende periode waren er natuurlijk ook mensen die, als gevolg van gezondheidsproblemen of om reden van verhuizing of anderszins, vertrokken bij de club. Ook kwamen er nieuwe leden bij. Sommige voor kort, sommige voor langer, anderen bleven. Zonder namen te noemen moet worden gezegd dat een aantal van hen ook belangrijk was voor de club doordat ze tijdelijk een bestuursfunctie, het muzikale leiderschap of andere functies vervulden, danwel belangrijk waren voor de ontwikkeling van de vereniging in die periode op ander gebied.

Als je zoals wij zo intensief met elkaar omgaat ( wekelijkse repetitie het gehele jaar door en veel optredens en uitstapjes ) ontstaat er een verbondenheid. Die komt niet alleen tot uiting op de gezellige momenten maar ook bij treurige gebeurtenissen zoals sterfgevallen. Inmiddels hebben we afscheid moeten nemen van Rien Voets, Wim en Annie van Dartel, Richard en Mientje van Dijk, Jos de Groot, Frans van Esch en Ans van Stiphout. Zij horen bij onze herinneringen aan de prachtige momenten die we met elkaar hebben beleefd.

Momenteel (2008) zijn we met een betrekkelijk kleine groep mensen ( 16 muzikanten ).De verjonging is ingezet; dat was nodig want de gemiddelde leeftijd van de mensen van het eerste uur is zestig jaar. Dat neemt niet weg dat ze er nog steeds veel plezier aan beleven en doorgaan zolang dat kan. De volgende 35 jaar zullen ze niet meer uitdienen maar dankzij de verjonging, zullen de Stiefels blijven voortbestaan. Hopelijk kijkt de jongere garde over nog eens 35 jaar met evenveel plezier terug als de ouderen nu.